Energie Crisis

Iedere dag hebben we energie nodig

Ons lichaam haalt energie uit voedsel. Veel voedsel, zoals groente, groeit met energie van de zon. Daarvoor zorgt de boer. Die gebruikt energie in de vorm van diesel in z’n landbouwmachines om de groente te oogsten. Met dezelfde diesel-energie gaat de groente naar de supermarkt waar wij ook met de auto onze wekelijkste boodschappen doen. Voordat het eten op ons bordje ligt, is er behoorlijk wat energie verzet. En ondertussen ook aardig wat olie verbruikt. Is dat een probleem?

Piekolie

Alle energie die we nodig hebben heeft best vaak de vorm van olie. Bijna alle transport gebeurt met behulp van olie (mensen in een auto, producten in een container op een boot of spullen in een vliegtuig). Olie kent een sluipend probleem: de olievoorraden zijn namelijk niet eindeloos. Piekolie betreft het opraken van de goedkope olie.

Wat is precies Piekolie?

Ook oliemaatschappijen bevestigen dat het oppompen van olie steeds meer moeite kost. Om dit te begrijpen is het handig om te weten hoe het werk met oliewinning:
Na het vinden van een olieveld wordt eerst geïnvesteerd om de olie uit de grond te halen: putten boren, pijpleidingen aanleggen, enzovoort.
Daarna begint het boren en het winnen van de olie. In het begin stijgt de productie van een olieveld. Na verloop van tijd wordt een maximum bereikt en daarna wordt het eigenlijk steeds lastiger en daalt de hoeveelheid weer. Hoe dit precies werkt is uitgebreid onderzocht door olie-experts. Hieruit blijkt dat er zo’n 40 jaar zit tussen het vinden van een olieveld en het bereiken van dat maximum. Dit maximum is een punt dat we de piek in de productie noemen; het piekolie punt. En het geldt voor elk olieveld tot nu toe. Er zijn de laatste jaren wel wat manieren bedacht om de periode iets te rekken, maar er geldt hier hetzelfde als bij iedere uitverkoop: op = op. En halverwege is dus ook halverwege.

Tel je alle olievelden in de wereld bij elkaar op, dan kun je dus ook een soort van totaalpiek berekenen. Dit is ook gedaan, bijvoorbeeld door het gerenommeerde International Energy Agency. Zij hebben berekend dat het piekmoment van de gemakkelijk te winnen olie in 2006 heeft plaatsgevonden. Hmmm, 2006? Kort daarna begon ook de economische crisis in 2008… zou dat misschien met elkaar te maken hebben? Laten we daar misschien op een ander moment nog eens dieper op ingaan.

En nieuwe olievelden?

De olie zal niet snel helemaal opraken. Op TV hoor je oliemaatschappijen enthousiast roepen dat er nog allerlei nieuwe olievelden worden gevonden. Dat lijkt geruststellend, maar lost het probleem niet op. Een paar miljoen “vaten” olie die in z’n veld zitten zijn soms maar voldoende voor een paar dagen olieverbruik wereldwijd (ca. 90 miljoen vaten per dag). We worden gerustgesteld met nieuwe uitvindingen als teerzanden, of schalie-olie. Deze uitvindingen hebben hun nadelen voor het klimaat, waarover later meer. In ieder geval zijn deze nieuwe manieren van olie winnen veel kostbaarder: het kost veel energie om de olie te winnen, dus levert het netto niet eens zoveel op (dit wordt ook wel de Energy Return on Energy Invested genoemd – ERoEI). En dat betekent dus dat de lage olieprijs van een paar jaar geleden niet kan terugkeren.

Sinds de jaren tachtig pompen we méér olie op dan we vinden aan nieuwe bronnen. Ook als je de alternatieven als Teerzanden meerekent. Er ontstaat dus een moment dat de vraag de hele tijd groter is dan het aanbod. Wanneer dat is? De schattingen lopen uiteen van de “zomer van 2008” tot 2020. Je ziet sinds vorig jaar dat sommige regeringen besloten om een beetje van bestaande voorraden op te snoepen.

De olieprijs daalt soms ook

De olieprijs zal de komende tijd flinke schommelingen laten zien. Als de prijs teveel stijgt, dan zullen sommige mensen zuiniger aan gaan doen. Of er zullen zelfs bedrijven failliet gaan. Dit noemen we ook wel “vraaguitval”. En als er minder vraag is, bijvoorbeeld omdat er door stijgende werkloosheid steeds minder mensen naar hun werk gaan met de auto of minder luxeproducten kopen, dan kan de prijs van olie weer dalen. Een logisch gevolg is dat er weer meer vraag ontstaat als de prijzen dalen. En trekt de vraag weer aan, dan stijgt de prijs weer. De prijs steeg in 2008 tot 150 dollar per vat en was één van de oorzaken van de kredietcrisis. Als gevolg van de crisis daalde de prijs drastisch, maar stijgt sinds 2010 weer door aantrekkende vraag. Niet zozeer in Nederland, maar wereldwijd zeker. Dus zelfs als het beter gaat in China en de Chinezen meer auto’s kopen, dan zal hier de olieprijs stijgen.

Dus zijn schalie-olie en Arctische olie toch nodig?

Als we uitgaan van onze stijgende behoefte aan energie uit olie, dan is het logisch om alle olie uit de grond te halen. Zoals we hiervoor al zeiden zijn de kosten om diepzee, Arctisch en andere olie te winnen hoger dan de makkelijk te winnen olie uit de traditionele olievelden. Dat betekent dat de prijzen niet kunnen zakken, ook niet als er veel olie wordt gewonnen. Zakt de prijs toch, dan wordt oliewinning namelijk niet winstgevend en zullen de oliemaatschappijen stoppen met winning. Kortom de hogere prijzen zijn niet iets tijdelijks.

Dan gaan we toch over op alternatieven?

De alternatieve energiebronnen scoren op dit moment redelijk in het voorzien van energie in huis en dan eigenlijk vooral electra. Slechts zo’n 4% tot 5% van alle energie is op dit moment duurzaam. Voor transport is er op dit moment eigenlijk nog geen vervanging op grote schaal beschikbaar (minder dan 1%). En de ‘alternatieve energiebronnen’ omvatten ook de energie uit het verbranden van afval. Dat is mooi dat er energie wordt opgewekt, je kunt echter veel slimmer met afval omgaan. Wat betekent dat voor je energie opwekking?

We moeten de slag gaan maken, slimmer produceren en veel minder gebruiken.