Economische Crisis

Geld en de Financiële crisis

Het is economische crisis. We voelen het allemaal in onze portemonnee. Dit is voor veel mensen de grootste zorg. En zelfs de mensen die zich meer zorgen maken om het milieu vinden de economische crisis ook erg vervelend. Bijvoorbeeld omdat veel politici van mening zijn dat er nu geen geld is om milieuproblemen op te lossen.

Het is ook een heel belangrijke crisis. Er is veel mis met de economie zoals we die nu wereldwijd hebben ingericht. Beslissingen van vroeger maken dat de economie is wat het nu is. Deze keuzes in de recente geschiedenis van de economie hebben ernstige gevolgen. Wat je leest in de krant en hoort op TV is dat de economie weer snel op gang geholpen moet worden. Op het eerste gezicht lijkt het een probleem van te weinig economische groei.

Is er geen economische groei?

De economie is in een “recessie”. Dat klinkt niet best, weten we uit de nieuwsberichten. Wat betekent dat precies; “recessie”? Volgens het woordenboek betekent het letterlijk ‘teruggang’ of ‘achteruitgang’. Dus geen groei meer? Dat valt gelukkig mee. In de economie ligt het iets ingewikkelder. De “recessie” is er al als de economische groei daalt en lager is dan gemiddeld. Zodra we minder groeien dan de periode ervoor, praten we onszelf dus al meteen in een dip. Toch goed om te weten dat onze economen zo streng zijn. Want zelfs als de economie groeit, maar niet zo lekker hard, praten ze al over een tegenvaller.

Maar – eerlijk is eerlijk – in 2012 is de geldeconomie in Nederland zelfs gekrompen. Over het hele jaar is de economie met 0,9 % gekrompen. Toch vragen wij ons af hoe erg dit gegeven eigenlijk is. Want in 2011 groeide de economie nog met 1,0%. Dus eind 2012 waren we eigenlijk nog steeds beter af dan eind 2010. En zeg eens eerlijk: hadden we het met z’n allen zo slecht in december 2010? Dus waarom die groei? En wat bedoelen economen eigenlijk als ze het hebben over de groei van de economie? Het is belangrijk om te begrijpen wat er gemeten wordt als we het hebben over groei of krimp van “de economie”.

Het BBP

Onze economie wordt gemeten volgens het bruto binnenlands product (bbp). Dit is de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een bepaalde periode. Dat is een ingewikkelde manier om te zeggen dat we alles waar geld mee verdient wordt of is, bij elkaar optellen.
Het gebruik van het BBP om de economie te meten is een keuze. Het is geen natuurwet zoals bijvoorbeeld de “zwaartekracht”. Economen vinden het belangrijk dat dingen in geld kunnen worden uitgedrukt. Maar er zijn ook andere manieren om te meten of het goed gaat met een land. Er zijn kleven namelijk wat nadelen aan het gebruik van het BBP.

Heel veel zaken die je leven zo bijzonder maken zijn niet meegerekend: De opvoeding door je ouders? De vrijwilligers bij jouw sportclub? Extra uitleg na schooltijd van een onderwijzer? Dat je na twee uur pielen de afstandsbediening van je TV hebt gerepareerd? Al deze zaken kun je niet terugvinden in het BBP.

Er zijn ook vervelende gebeurtenissen waaraan geld wordt verdient. Die vinden we wél terug in het BBP. Verkeersongelukken leiden tot meer werk voor politie, ziekenhuizen en chirurgen, nieuwe auto’s die moeten worden geproduceerd en het herstel van het wegdek. Dit zorgt dus dat het BBP stijgt. Hetzelfde gebeurd als meer mensen naar de huisarts gaan omdat ze ziek worden van fijnstof.
Wat vind je van zo’n economische groei? Liever gaan we op zoek naar groei van welzijn en geluk. Dus we moeten op zoek naar een andere meeteenheid.

Geld

“De economie” is misschien een beetje een vaag begrip. Dus houden we het liever concreet en hebben we het over “geld”. Maar wat is geld precies? Officieel leren we op school dat geld een ruilmiddel is met een nominale waarde; de waarde die op een munt of bankbiljet staat vermeld. Een gebrek aan geld is in crisistijd voor veel mensen een herkenbaar probleem.
Maar er is ook een probleem met geld zélf. Er zijn twee dingen die je over geld moet weten om het probleem te snappen:

1. Geld is geen goud

Sinds 1971 is – wereldwijd – de waarde van geld niet meer gelijk aan de waarde van goud (of zilver). Vroeger was dat wel het geval. Tot het jaar 1914 had je als Nederlander het recht om je guldens bij DNB in te ruilen tegen een bepaalde hoeveelheid goud. Na 1914 (begin van de eerste Wereldoorlog) was het voor burgers niet meer mogelijk de guldens voor goud te wisselen, maar waren de guldens in principe nog wel goud waard. Na de Tweede Wereldoorlog sloten 44 landen het Akkoord van Bretton Woods. Vanaf dat moment kon de Dollar tegen goud worden gewisseld en hadden alle andere munten een vaste wisselkoers ten opzicht van de Dollar. Indirect was de goudstandaard dus weer even terug, maar niet voor lang. Vanwege de enorme kosten van de Vietnamoorlog ontstond er in Amerika een grote behoefte aan geld. Het vertrouwen in de Dollar daalde en op het moment dat het VK besloot zo’n drie miljard Dollar goud op te eisen, moest de VS ingrijpen. En in 1971 besloot President Nixon om de goudstandaard los te laten.
Het voordeel mag duidelijk zijn: er kan veel meer geld worden gemaakt dan dat er aan goud gevonden wordt (zie de grafiek)grafiek liquiditeiten. Het nadeel is dat geld z’n waarde krijgt door vertrouwen van alle mensen dat je er dingen voor kan kopen. Dit noemen we fiat-geld. Het is een kwetsbaar systeem, want als het vertrouwen verdwijnt, is er niets om op terug te vallen.

2. Het gespaarde geld is niet gelijk aan het geleende geld

Burgers, bedrijven en overheden lenen geld om uitgaven te kunnen doen. Met dit geld kunnen dan huizen worden gebouwd en vervolgens gekocht, er kan voedsel worden geproduceerd, of treinsporen worden aangelegd. Dat zijn allemaal nuttige zaken, daar wil je misschien best geld voor lenen. Naast het lenen van geld wordt er ook gespaard door burgers en bedrijven. Dat zou precies moeten kloppen, zoals een balans die je misschien wel eens op school hebt geleerd: wat er totaal aan spaargeld bij banken wordt gespaard, kan door anderen worden geleend en het totaal is dan mooi in evenwicht.

Dit is een tweede grote misverstand. Het is niet zo dat tegenover elke lening een gelijk bedrag aan spaargeld staat. Banken zijn verplicht een klein beetje geld in bezit te hebben voor elke lening die ze uitgeven. Dat betekent dat een bank veel meer kan uitlenen dan een bank heeft. Een bank kan geld “maken” bij iedere lening die de bank verkoopt. Met één druk op de knop wordt er drie ton gegenereerd voor een hypotheek voor een huis. Er zitten natuurlijk wel een paar verstandige berekeningen achter, maar die gaan over het risico dat de bank zou kunnen lopen. Er wordt dus nieuw geld gemaakt door de bank op het moment dat jij daar een hypotheek voor je huis afsluit. Geld dat er eerst niet was.

De hoeveelheid geld die de laatste jaren door banken is gemaakt is enorm gestegen. En er zijn steeds meer producten gekomen die niets meer met onze echte economie van voedsel, bakstenen en diensten te maken hebben. Een steeds grote deel van het geld zit in financiële producten die banken, verzekeraars en andere grote financiële instellingen aan elkaar verkopen. Van de 4.000 miljard dollar die tegenwoordig gemoeid is met de dagelijkse transacties over de hele wereld, heeft nog maar zo’n 2% tot 4% te maken met echte tastbare spullen of diensten. De rest heeft te maken met handel in derivaten en allerlei financiële producten.

Ook overheden lenen geld

Niet alleen burgers en bedrijven lenen geld. Ook overheden lenen steeds meer. Amerika is hierin koploper, met een onvoorstelbare schuldenlast van $16.682.088.000.000 . Er zijn verschillende bronnen op internet die proberen dit in beeld te brengen . En het stijgt met zo’n $ 1.000.000 per minuut, dus dit getal is alweer achterhaald voordat update van de blog is gesaved. Per Amerikaanse belastingbetaler is de schuld bijna $ 150.000. Dat is dus de overheidsschuld; de schuld van de Verenigde Staten en dat bedrag bestaat dus naast alle schulden die de Amerikaanse burgers zelf hebben, zoals hypotheken en credit cards.

Wereldwijd zijn de overheidsschulden sinds het jaar 2000 meer dan verdubbeld naar ruim $ 50.000 miljard. Dit is een bedrag waar eigenlijk niemand zich meer wat kan voorstellen. Hoe kan die schuld worden terugbetaald? De schuld van de huidige generatie zal nog vele generaties lang op ons drukken. Hoewel, je kunt je afvragen of dit systeem eigenlijk nog wel zo lang realistisch is. Want het wordt nog erger: het echte probleem is de rente…

Rente

Iedereen wordt blij als het beetje spaargeld op de bank na een jaar opeens iets meer wordt omdat de jaarlijkse rente wordt bijgeschreven. Op onze leningen en hypotheken zijn we natuurlijk minder blij met rente. Voor degene die geld lenen staat de rente laatste tijd gelukkig niet zo hoog. Door een lage rente hoopt men in de politiek en de financiële wereld de consumptie aan te wakkeren (dit beschouwen immers veel economen en politici de redding van de economische groei). En er is nog een voordeel. Ook de te betalen rente op de overheidsschulden valt hierdoor mee. Toch is deze grote schuld ook bij een laag rentepercentage onbeheersbaar. Kijk maar naar de enorme Amerikaanse schuld. Op dit moment bedraagt de jaarlijkse rente die de Amerikaanse regering moet betalen al zo’n $3.307.000.000.000.

Hier komen we dus van een probleem bij een oorzaak: Het wordt steeds lastiger om de geldeconomie te laten groeien, daarom moeten overheden meer lenen en daardoor stijgen de kosten van de rente. Dat wordt allemaal nog veel erger als er zaken misgaan. Als er bijvoorbeeld een bank moet worden gered, of de werkloosheid stijgt (en veel van dat soort problemen gaan vaak samen), dan kijken de beleggers en financiële mensen naar de schulden van zo’n land en vinden het dan al snel een hoog risico. En als financiële mensen iets een risico vinden, dan gaat de rente van de lening omhoog.

Nu zie je meteen wat de gevolgen zijn als er een grote bank gered met extra steun van de staat. Als stank-voor-dank rekent de financiële wereld zo’n land een hogere rente. Dan wordt het voor een land erg lastig om uit zo’n dal te klimmen. De wereldwijde schuld van 50.000 miljard dollar is alleen maar gegroeid. Het bedrag aan rente wat daarover betaald moet worden is gigantisch. Zelfs als we niet meer extra lenen, dan hebben we tegen het jaar 2036 waarschijnlijk al een verdubbeling: 100.000 miljard dollar schuld. En dit is alleen de rente die we berekenen. In de praktijk zien we dat er ook telkens weer meer geld wordt geleend door overheden. De schuld groeit dus door extra leningen en nóg meer rente.

Wie beslist?

Nu de economische crisis nog steeds verergert raken wij als burgers ook een beetje in de war. We hebben economie geleerd alsof het een exacte wetenschap was, bijna als natuurkunde. Nu zien we dat economen het niet met elkaar eens zijn over oplossingen voor de problemen waar we nu mee zitten. Beroemde geleerden roepen tegenstrijdige dingen. De één pleit voor bezuinigen, de ander voor investeren. Daar staat de politiek dus mooi met lege handen. Regeringen moeten maar zien te redden wat er te redden valt, zonder dat economen het eens zijn over een verstandige oplossing. Verrassend? Nee, de oplossing zit namelijk niet “in-the-box” maar erbuiten.

De economie is de ecologie

Wat er onder ecologie besproken wordt, is ook economie. Economie in optima forma. Want bij economie gaat het steeds om de zoektocht naar het zo goed mogelijk gebruiken van de beschikbare en schaarste middelen van bestaan. Het begrip economie is tegenwoordig ingedikt tot middelen waarbij geld een rol speelt. Maar dat is maar een deel van de economie. Als je milieukosten, huishoudelijke arbeid, grondstofuitputting en verlies aan biodiversiteit er buiten laat, dan mis een groot deel van de trein. En erger: je maakt het ook gemakkelijker om met allerlei zaken (als milieukosten) géén rekening te houden. De economie kan eigenlijk niet los van de ecologie worden beschouwd.